Fokkerijfilosofie

Sietse van Dellen aan het woord:

De verkiezing van Fokker van het jaar 2006 heeft voor mij een kroon op mijn fokbeleid gezet. Hoewel de meningen over mijn fokkersvisie nog al eens verdeeld waren blijk ik toch de juiste weg te hebben gevonden tot het fokken van een bloedpaard.

Wat bedoel ik met een bloedpaard? Het streven in mijn fokkerij is het creƫren van een atleet; Een paard met een goede manier van bewegen met daarbij het juiste karakter en de goede instelling om te kunnen presteren op top niveau. Het gebruik van de juiste merrie is uitermate belangrijk want het grootste genetische aandeel zit in de verervingskracht van de moederlijn.

De kunst van het fokken is een hengst te gebruiken die de goede eigenschappen die je hebt kan verankeren en de minder sterke punten kan verbeteren. Door de nationale en internationale successen die mijn fokproducten behalen wordt mijn fokfilosofie bevestigd.

Hierna volgen nog enkele uitspraken c.q. stellingen die ik de laatste tijd geuit heb in verschillende interviews. Ik denk dat ze ertoe bijdragen mijn visie op en mijn mening over, met name de fokkerij van springpaarden, te verduidelijken. Ook dit jaar hoop ik u weer van dienst te kunnen zijn met raad en daad waar nodig op het terrein van de fokkerij.




UITSPRAKEN C.Q. STELLINGEN

Enkele uitspraken van Sietse van Dellen, Fokker van het jaar 2006, die zijn fokfilosofie verwoorden zijn:

-Het begint allemaal met een goede merrie.

-Een goede fokker denkt creatief en in generaties.

-De kunst van het fokken is dat je de goede eigenschappen die je hebt bevestigd en de minder sterke punten moet verbeteren.

-We moeten proberen een atleet te fokken met een lichaam dat in staat is om te presteren.

-De parcoursen gaan niet direct de hoogte meer in maar worden wel steeds technischer.Om die parcoursen te winnen heb je een atleet nodig.

-Ik wil beweging en kwaliteit om te presteren in een paard zien.Het mooie plaatje komt bij mij op de tweede plaats.

-Je moet een paard in zijn waarde laten en hem een natuurlijke ontwikkeling gunnen.

-De verervingskracht zit in de moederlijn, dat mogen we nooit vergeten,die levert genetisch het grootste aandeel.

-Er is geen paard volmaakt.Je moet altijd concessies doen.We moeten niet vergeten naar de hoofdzaken als atletisch vermogen en springaanleg te kijken.

-Je moet hengsten gebruiken die kunnen toevoegen wat de sport vraagt. Dat is galop met veel afdruk,vermogen en instelling.De paarden moeten strijdlustig zijn en de wil hebben naar de overkant te springen, eigenschappen die je moet koesteren.

-Wanneer een hengst een minder model blijkt door te geven maar ook steevast zijn springkwaliteiten, is hij van onschatbare waarde voor de springpaardenfokkerij.

-Ik laat jonge paarden niet rontgenolisch keuren omdat ik het kind niet met het badwater wil weggooien.

-Iedere merrielijn heeft ook zijn zwakke punten. Door het toepassen van intensieve lijnenteelt bevestig je die zwakke punten.

- Wat betreft de Nederlands dressuurfokkerij denk ik dat met name de rug-en lendepartij een groot punt van aandacht is.

- Op het moment dat je denkt dat je de wijsheid in pacht hebt zijn je dagen als paardenfokker geteld.